Op reis met Van Gijn

Reizen in de 19de eeuw

Simon van Gijn maakt tussen 1850 en 1907 tientallen reizen. Van maar liefst 30 reizen heeft hij een verslag bijgehouden. Hij noteert waar ze naar toe gaan, wat de reis kost, waar ze eten en wat ze zien.  Van Gijn was geen avonturier, hij hield zich keurig aan de adviezen van Baedeker. Toch lezen zijn reisverslagen als een roman. ze geven een fascinerend beeld van een wereld ie zo anders is dan de onze, maar waar we tegelijkertijd zoveel in herkennen. Op vakantie bezoeken we ook nu nog kerken en musea, we maken een tochtje over het Comomeer, gaan in Londen de Tower of Madame Tussaud. Maar wie logeert er vijf weken in eerste klas hotels? Wie gaat er tegenwoordig nog met een jacquet en hoge hoed op reis? En wie huurt er een ‘dienstman’ om de jassen te dragen tijdens het wandelen?

De reizen

Simon van Gijn en zijn vrouw Cornelia Vriesendorp maken iedere zomer een buitenlandse reis van vier tot vijf weken. Regelmatig gaat het echtpaar tussendoor naar Parijs, Brussel en Antwerpen. De zomerse reis bestaat uit een rondrit per trein langs belangrijke steden, plaatsen en natuurgebieden. Sommige onderdelen van het traject worden per rijtuig afgelegd.

De hotels waar de Van Gijns overnachten zijn van de beste soort. Meestal boeken ze een zitkamer, een slaapkamer met balkon, alles met fraai uitzicht. De verdieping waar de kamers zich bevinden, is van belang; hoe hoger des te minder status.

Het echtpaar Van Gijn gaat zelden zonder vrienden op reis. Favoriete reisgenoten zijn Antonie Cornelis Loffelt (1840-1906), leraar klassieke talen, kunstcriticus en Shakespeare kenner. Het is een goede vriend van het echtpaar en gaat meerdere keren gaat hij mee op reis. Familie De Groot is ook populair. Helaas weten we niet precies wie dit zijn. In ieder geval kennen we Maria de Groot (1845-1927), ook zij gaat meerdere keren mee. Het is misschien op een van die reizen dat de liefde tussen Maria en Loffelt opbloeit, want ze trouwen in 1898.

Bestemmingen en bezienswaardigheden

Op enkele reizen naar Engeland, Schotland, Wales en Ierland na, worden vooral de Alpenlanden aangedaan.

Bezienswaardige steden worden in een tot twee dagen bezocht. In de zeer belangrijke en grote steden, zoals Geneve, Wenen of Berlijn, verblijft het reisgezelschap meestal wat langer. Wenen maakte op ons een zeer grandiozen indruk. Ruime straten en pleinen, schoone gebouwen zowel voltooid als in aanbouw zijnde.”  Er worden veel musea bezocht, historische gebouwen, kerken en monumenten bekeken. De toeristische bezienswaardigheden worden niet overgeslagen. Daarnaast worden de dierentuin en andere bijzondere tuinen en parken, zoals de Palmgarten en de botanische tuinen, bezocht. In amusementsparken, zoals Tivoli in Kopenhagen of Vauxhall in Londen en Brussel, zijn de Van Gijns eveneens vaak te vinden.  ’s Avonds gaat het reisgezelschap naar voorstellingen in het theater of de opera.

Naast de steden gaat Van Gijn ook naar belangrijke natuurgebieden, waarvoor hij meer tijd uittrekt. Ze wandelen en klimmen er veel en tochtjes per pony of paard, per rijtuig en per stoomboot. De nadruk van deze bezoeken liggen op natuurschoonheden zoals bijzondere rotspartijen, mooie uitzichten en watervallen. In zijn reisverslag van de Harzreis (1881) schrijft Simon: Ten 9 ure op pad gegaan, beklommen wij den Hexentanzplatz van waar het uitzigt prachtig was. Een aantal keren staan ze midden in de nacht op, om vanaf een hoogpunt de zon te zien opkomen. Bij meerdaagse tochten door de bergen overnachten ze ter plaatse in een logement.

Bijzondere uitstapjes zijn de bezoeken aan de wereldtentoonstellingen. De Great Exhibition, de eerste wereldtentoonstelling vond plaats in 1851 te Londen. De veertienjarige Simon is met zijn ouders een van de zes miljoen bezoekers die het beroemde Crystal Palace zien. Zijn vader, Dirk de Kater van Gijn houdt een reisverslag bij: Het is enorm  druk in Londen. De straten van Londen zijn opgekropt met menschen & rijtuigen, derzelve aantal is niet te begrooten. In 1878 ziet Van Gijn op de wereldtentoonstelling in Parijs het hoofd van het Vrijheidsbeeld.  Natuurlijk gaat hij ook naar de tentoonstellingen in Amsterdam.

Een enkel souvenir

Naast de geschreven reisverslagen, zijn ook vele reisgidsen bewaard gebleven. Helaas maakte Van Gijn zelf geen foto’s en kocht hij slechts enkele souvenirs, zoals foto’s van bijzondere bezienswaardigheden.

Op een uitstapje naar Niederwald, een berg, op woensdag 19 augustus 1896, laat het reisgezelschap zich fotograferen. Uit zijn reisjournaal kunnen we de hele dag reconstrueren. Het gezelschap, bestaande uit Simon, zijn vriend Constantijn Muysken, diens echtgenote en dochter Ada, vertrekken uit Hotel Jüng in Rüdesheim. Ze wandelen ruim twee uur langs de Rijn, via Assmanshausen, het Niederwald op, waar ze in Hotel Jagdschloss dineren. Op de berg laten ze zich ter herinnering fotograferen.

Een écht souvenir koopt Van Gijn tijdens een van zijn reizen naar Zwitserland: een press papier met de stervende leeuw te Luzern. Dit beroemde monument is opgericht ter nagedachtenis aan de omgekomen Zwitserse gardisten ten tijde van de Franse revolutie.

Sluit het Verborgen Museum