Met naald en draad

Op 5 juni zal de tentoonstelling Met naald en draad worden geopend in Huis Van Gijn. De tentoonstelling geeft een beeld van 250 jaar ontwikkeling van Dordtse merk- en stoplappen.

Nuttig handwerken was altijd een belangrijk onderdeel in de opvoeding van meisjes. Al vanaf de 16de eeuw kregen ze les in het merken, stoppen, mazen, breien, naaien en kantklossen. Er werd geoefend op zogenaamde merk- en stoplappen. Hierop werden vooral letters en cijfers in kruissteek geborduurd.

De oudst bekende merklappen in Nederland dateren uit de vroege 17de eeuw. In die tijd gebruikte men voorbeeldboekjes met verschillende motieven. Aan het eind van de 18de eeuw werden veel van deze motieven vernieuwd en gingen de meisjes andere borduursteken toepassen.

In de 19de eeuw werden meisjes voornamelijk onderwezen op diaconie- of bewaarscholen, in weeshuizen en brei- en naaiwinkels. Daarnaast konden ze terecht op één van de 30 particuliere scholen in Dordrecht.

Vier merklappen in de tentoonstelling komen uit het familiebezit van Simon van Gijn. Deze zijn geborduurd door zijn grootmoeder Cornelia Hooghwinkel, zijn vrouw Cornelia Agatha Vriesendorp en haar moeder Anne Cornelie van Wageningen. Daarnaast zijn er Dordtse exemplaren te zien.

Sluit het Verborgen Museum