Van Gijns Sinterklaasavond

Waar een dag vertoeven in het depot wel allemaal niet goed voor is. Er is een specifiek rek waar ik graag in ‘sneup’. Een rek vol met van de buitenkant niet erg interessant uitziende dozen. Maar daar in zit een schat aan informatie: allemaal papieren, brieven, documenten die allemaal een heel klein beetje licht werpen of Van Gijn, zijn naasten en bezigheden.

Zo vond ik in een mapje enkele Sinterklaasgedichten uit de tijd van Van Gijn. Leuk! Nog leuker was toen ik het handschrift van hem herkende. En bij het lezen werd ik helemaal enthousiast.

Een gedicht is voor Van Gijn geschreven, het refereert aan Sijmen (= Simon en het moet rijmen) dichtkunst. Daarnaast heeft de schrijver het over de prenten- en kunstcollectie. Het cadeau betreft een boek van La Croix, welk een plaatsje in zijn bibliotheek zoekt.

 

Als St. Nicolaas dichten kon als Sijmen
Hij zou ellenlang verzen rijmen
Neem van deez’ weinige regelen aan
Denk de oude heeft zijn best gedaan.
Het is steeds Sinter Klaas ’s begeeren
Zijn kunst collectie te vermeeren
Met prent en prachtwerk nieuw of oud
Gebracht op koper of op hout
Hij vraagt voor La Croix ’s historie blaên (?)
In de boekenkas een plaatsje aên
Hoe nederig ook hij is tevreden
’t Zij boven of ook wel beneden.
Nog weinig jaar als ’t maar kan lijden
Mag hij met prachtwerk u verblijden
Het gaat u en uw collectie goed
Dat is de wensch die hij u doet.
Sinter Klaas

Een zeer aandoenlijk gedichtje heeft Simon geschreven voor Cornelia, zijn echtgenote. Hij geeft haar een portretje van hemzelf cadeau. Ze moeten al lange tijd getrouwd zijn, want hij heeft het over zijn grijze baard en haar. Ondanks dat hij verouderd is, zal zijn Cor hem altijd liefhebben.

 

Als ik dit beeld aanzie
En van mijn eerste jaren
Zoo leer ik dan de tijd
Verloopt gelijk de baren
Tot dus ver Ridder Cats
En ‘k Zeg ’t hem gaarne na;
Slechts dit strekt mij tot troost,
Hoe snel de tijdstroom ga,
Wordt haar en baard ook grijs,
Veroud’ren ook mijn trekken,
Cor blijft toch in dit beeld
Haar lieven man ontdekken.

 

Eén gedicht is gedateerd en is geschreven in 1879. De titel verraadt het cadeau: een visiteboekje. Ook blijkt uit het gedicht dat het voor een vrouw is. Misschien wel voor Cornelia. Het zou zomaar kunnen dat Van Gijn niet zo hield van visites maken, zoals staat beschreven in het vers. Maar er dient niet gespot te worden met de regels der wellevendheid. Al houdt men er niet van om visites af te leggen, het hoort nu eenmaal. En dus is het beter om te doen wat de etiquetteregels voorschrijven. De schrijver heeft ook een opdracht voor de ontvangen: zoek maar uit wie het heeft geschreven.

5 Dec 1879
Bij een visiteboekje
Als Gij soms te gast is geweest,
Of sterfgeval, verjaringsfeest,
Recepties of wat andere zaken
U nopen tot visites maken,
Haal dan dit boekje voor den dag
En uit’ de baas ook zijn beklag
Dat hij zijn kostelijken tijd
Visites makende verslijt,
Ga toch uw gang
En wordt niet bang
Maar tracht uw echtvriend ’t overreden,
Dat wij zijn slaven onzer zeden,
En dat men d’etiquette spotten,
Geen wijzen-werk is maar van zotten,
Doch dat ook hier verstandigst handelt
Wie meest den middenweg bewandelt,
Zoo ziet men dat toch overal,
Zelfs uit dit St Niclaas geval,
Als Vader Cats het noemen zoû,
Een les kan schuilen voor een vrouw
En ’t vers vindt hiermeê zijn besluit
Vindt op uw beurt den dichter uit.

Simon van Gijn stuurde zijn vrienden en familie elk jaar een tonnetje haring. Deze bestelde hij bij de firma Kikkert te Vlaardingen. Er is een lijst uit 1915-1916 bewaard gebleven met daarop de namen van de gegadigden. Natuurlijk werd Van Gijn bedankt voor de haring, al deed hij het er niet voor, zo schrijft hij in een Sinterklaasgedicht. Dit vers schrijft hij voor zijn nichtje Mina. Het gaat over de omweg die het bedankbriefje van Mina aan ‘oom Siem’ maakt. Nichtje Mina adresseert het aan Van Gijn die aan het kuren is. Maar zij vergist zich in het kuuroord. Van Gijn gaat altijd naar Wiesbaden, maar in dat jaar zit hij in Karlsbad. De brief komt dus helemaal niet aan bij Van Gijn en wordt uiteindelijk ‘return to sender’ gestuurd! Bijzonder dat een kladversie van dit gedicht bewaard is gebleven.

Ik doe wel geen haring present om bedankjes te ontvangen
Doch ik begon toch erg naar tijdig van Mina en Piet te verlangen
Want van al mijne haringklantjes kreeg ik berichten
Maar de heer en vrouw v.O. Alblas hielden lekker kan gerichte
Wat hiervan de reden was kon ik zelf bij benadering niet gissen
En ’t bleek in ’t duister omtrent t lot mijner visschen
Tot eindelijk toch ‘k huis kwam, het raadsel werd onthuld
Op een wijs ie een reden en mezelf met verbazing vervuld
Die Deutsche Reichspost door snuffelde Wiesbaden’s uiterste hoeken
Maar Alle um sonst om die onvindbare Dr. Van Gijn op te zoeken
Tot ze eindelijk zoekens beu den brief terugzond naar Neêrland
Voorzien van het opschrift: meiner Unbekannt.
Daar had me nou die Mina anders tamelijk bij de pinken
Totaal verabuseerd, waar Oom Siem zat ’t drinken
En den brief geadresseerd naar ’t Wiesbader bad
Wijl Zed, heel kalm in ’t Karlsbader zat
Was leest men hieruit, dat zelfs Homerus wel een uiltje knapt
M a W die men soms de slimsten op een vergissing betrapt
Uw berichten in den brief heeft mij bizonder verheugd
Dat nl kleine Mina al van haring houd in haar prille jeugd
Reeds daardoor betoont dat zij vaderlansch gezind is
En bewijst dat ze heuslijk een echt Hollandsch kind is
Ter overtuiging jaar het corpus delicti hier nevens
Met mijn goede wenschen voor u beider en Minaatje levens.

Nog eentje dan, ter inspiratie!

’t Is wonder hoe de dichters bloeijen,
Op ’t avondje van St. Nicolaas
En hoe de verzen lustig vloeijen,
Bij beurten wijs, bij beurten dwaas.
Poëet wil elk op dat uur wezen,
En hinke ’t vers ook lam en stram,
Om de intentie dien’ ’t geprezen,
Die uit een goed hart oorsprong nam
Als dus een pakje, dat suspect is,
Verzeld wordt van een kreupel gedicht
Zij: ’t vogeltje zingt zoo ’t gebekt is,
De spreuk waarnaar kritiek zich rigt.
Edoch van vogeltjes gesproken,
Het exemplaar dat ik u zend,
Heeft nooit met zang zijn hoofd gebroken,
En heeft geen vliegen ooit gekend.
Maar waartoe dient dan zulk een wezen>
Wat heb ik er aan, wat doe ik er mee?
Het antwoord worde aldus gelezen:
Hij diene u voor een presse-papier.

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum