Het Kerstdiner

Hoe Simon van Gijn en zijn vrouw Cornelia Vriesendorp kerst en oudjaar vierden, weten we eigenlijk niet. Er zijn nauwelijks bronnen bewaard gebleven. Alleen een paar menukaarten van kerstdiners. De gerechten spreken echter zeer tot de verbeelding!

Opmerkelijk is dat het alleen de menu’s van tweede kerstdag zijn. Slechts van één kladje is een menu van eerste kerstdag is bewaard gebleven. Misschien at Van Gijn dan altijd bij anderen en bewaarde hij die menukaarten niet. Of werd hij juist altijd op tweede kerstdag ergens uitgenodigd en nam hij de kaarten mee naar huis. We zullen het niet precies weten.

Zijn kerstdiners beginnen meestal met soep, vaak julienne- of koninginnensoep en een enkele keer schildpadsoep, meestal gevolgd door garnalenkroketten, soms door ragout of pasteitjes. Bij sommige diners wordt er voor de soep hors-d’oeuvre of oesters geserveerd. In 1904 staat er als eerste Siciliaanse salade op het menu.
Na al deze voorgerechten, wordt er een of twee gangen vis voorgediend. De menukaarten vermelden garnalen en kabeljauw. Daarnaast staat er ook tong en tarbot op de lijst. De vis wordt opgevolgd door twee of drie gangen met vleesgerechten, zoals geperst ossenvlees met groenten, kalfskop met doperwten, kapoen met oestersaus. Een andere combinatie is gerookte rib met groenten en zwezerik koteletten.

Hierna volgt in de helft van de gevallen een zoet tussengerecht in de vorm van een pudding, hetgeen wordt gevolgd door reebout of –rug met kweeën en steevast afgesloten met kreeftensalade. Een enkele keer wordt er ook nog fazant geserveerd. Na de kreeftensalade komt er soms foie gras op tafel. Wanneer de pudding niet als zoet tussengerecht is gebruikt, wordt het soms tijdens het nagerecht geserveerd. Meestal begint het derde deel van het diner, het nagerecht, met Kirsch gelei. Verder serveert Van Gijn soms bavaroise met aardbeien, maar ‘altijd’ nougat gebakjes of gebak, ijs.

De gedekte tafel

De gasten van Simon zullen door het dienstmeisje zijn binnen gelaten. Nadat de dienstbode de jassen had aangenomen, werden de gasten binnengelaten in de Rode salon. Deze ontvangstkamer werd voornamelijk gebruikt voor het ontvangen van diner- of avondgasten. Het diepe rood en het verguldsel straalt het meest bij het gas- en kaarslicht in de avond.  Als alle gasten waren gearriveerd en de tafel klaar, werden de schuifdeuren geopend en ging met aan tafel.

Uit het boekje Mijn gids in huis en hof (1906) van mevrouw Elis M. Rogge kunnen we herleiden hoe een kersttafel destijds gedekt werd. Zij adviseerde de tafel te versieren met rode bloemen en groene bladeren, hulst, rood en groen crêpepapier en rood lint. De contrasterende kleuren versterken elkaar en zien er feestelijk uit in het ‘geflikker van gas- of kaarslicht’. In plaats van een kristallen of zilveren pièce de milieu in het midden opperde Rogge een klein sparrenboompje versierd met rode bonbons en rode kaarsjes. Voor de verlichting dacht zij aan koperen kandelaars met rode kapjes. De details waren uiteraard afhankelijk van de ‘goede smaak der gastvrouw’.

Van het jaar 1896 is niet alleen het menu van tweede kerstdag bewaard gebleven, maar ook de ‘kladjes’ van 25 en 27 december. Het lijkt er op dat Van Gijn gasten had voor het diner van tweede kerstdag. Eerste kerstdag en ‘derde’ kerstdag was hij thuis en moest er natuurlijk ook gegeten worden. De vraag is waarom Van Gijn voor deze twee andere dagen wel menu’s samenstelde, terwijl hij ‘alleen’ was, zijn vrouw was al overleden. Misschien was er toch wel een gast, een goede vriend, waarvoor hij wel een goed diner wilde voorschotelen, maar niet zo uitgebreid als wanneer er meer gasten zijn?

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum