Op reis

Hoe te kleden?

“Ook zijn onze tochtgenooten niet altijd gezegend met een bekoorlijk uiterlijk of smaakvolle kleeding. Menigmaal gebeurt het ons den weg af te moeten leggen met iemand, die zelfs den ernstigste aan het lachen zou maken; toch behoef ik u zeker niet te zeggen, dat het alle vormen zou wezen om aan dien lachlust toe te geven.”, aldus Louise Stratenus in haar boek Vormen (…) Het is blijkbaar belangrijk om niet de lachlust van uw medereizigers op te wekken. Maar hoe dient men zich dan te kleden?

Het Wetboek van Mevrouw Etiquette van E.C. de Wijs-Van der Mandele uit 1900, schrijft voor de dames een reisjapon voor van een grijze stof, zodat vuil niet zichtbaar is: “Op reis vereischt onze kleeding in eerste plaats groote zorg. Eene zoogenaamde reisjapon is zeer doelmatig; grijze stof leent zich daar uitstekend toe, omdat het stof, dat men in treinen allicht oploopt, er niet zoo zichtbaar is, en al dient de japon na de spoorreis evengoed afgeborsteld en uitgeslagen te worden, men heeft toch niet het gevoel voor zich zelf en zijne medereizigers er zoo wanhopend vuil uit te zien.”

Mevrouw Rijnkerke-Olthuis, schrijfster van De vrouw in haar huis en daar buiten (1889), geeft eveneens de voorkeur aan donkere japonnen: “Voor het reizen in wagons is een donkerkleurige japon – niet zwart – waarop het stof niet zichtbaar is en die niet licht kreukelt, aan te bevelen.” Zij waarschuwt dames er voor om geen oude afgedragen kleding te dragen, omdat dit verkeerde ideeën kan vormen bij passanten, die zouden kunnen denken dat ze landlopers zijn. “Zeer verkeerd is het van dames oude, hoewel elegante toiletten op reis te dragen; zij zien er daarin onfrisch uit, ja, zij loopen gevaar wanneer zij alleen reizen voor iets onfatsoenlijks gehouden te worden.”

In het boek Vormen. Handboek voor Dames uit 1898 van Johanna van Woude wordt eveneens gesproken over reiskleding, die niet te opvallend, te opzichtig of te slordig mag zijn. Het kleden voor een reis is geen eenvoudige zaak: “Op reis mag men evenmin als thuis slordig en onattent zijn of door opvallendheid andere menschen ergeren. Niets is zoo weinig beschaafd als het dragen van opzichtige toiletten. Een welopgevoed jongmensch draagt geen slordige of opvallende jasjes, een gedistingueerde dame toont haar ware beschaving in de eenvoudige maar nette japonnen, die zij draagt.”

Louise Stratenus haalde al de lachspieren van medereizgers aan, ook De Wijs-Van der Mandele waarschuwt voor vreemde outfits: “Het werkt niet zelden op onze lachspieren, wanneer wij zien hoe sommige menschen zich op reis toetakelen. Een allerzotste hoed, liefst een soort van jockeypet op het hoofd, het lichaam behangen met tasschen, en grove, plompe schoenen aan den voet, alsof men minstens verwacht steeds tot aan de enkels in de modder te baggeren, – een toilet dat niet alleen hoor heeren, maar ook door dames gedragen wordt. Wanneer de hoed u hindert, zet hem dan in den trein gerust af, niemand zal dat gek vinden, maar stel u niet aan met het dragen van een excentriek hoofddeksel.”

Al met al klinkt de reisjapon maar weinig aantrekkelijk:

  • eenvoudig
  • net
  • gemakkelijk
  • grijs

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum