Huwelijksservies voor Dordrecht

Onlangs werd de collectie van Huis Van Gijn verrijkt met een bijzondere aanwinst. De Bedrijfsvrienden kochten voor het museum een 318-delig servies. En niet zo maar een servies, maar een met een prachtig Dordts verhaal.

Monsieur Aart van der Kaa et Madame Geertrude Willemszen Son Epouse 1794 staat er op enkele borden. Het servies werd besteld ter gelegenheid van het huwelijk in 1794 van het Dordtse paar Aart van der Kaa (1767-1806) en Geertruida Willemszen (1770-1846). Het echtpaar woonde op de Wolwevershaven en kreeg zeven kinderen, waaronder een tweeling. Uit vele aktes, rekeningen, brieven en contracten in het Regionaal Archief Dordrecht blijkt dat Aart van der Kaa  een bedrijvig man was. Hij was een telg uit een familie van kooplieden en reders, die  in zout, stokvis, traan en olie handelde.

Vieux de Luxembourg

Het servies werd besteld bij de firma Boch in Sepfontaines in Luxemburg, tegenwoordig beter bekend als Villeroy & Boch. Het is  in Lodewijk XV-stijl, herkenbaar aan het zwierige reliëf en de geschulpte randen. Het decor van blauwe lijnen, bloemen en takjes wordt nog steeds gemaakt: Vieux de Luxembourg. Het design was destijds een tikkeltje ouderwets, want in de tijd dat dit servies werd gekocht, kwam de Lodewijk XVI-stijl in de mode. Deze stijl kenmerkt zich door klassieke ornamenten, zoals medaillons, palmbladen en Griekse zuilen. Het valt niet direct op, maar wie goed kijkt, ziet dat de nieuwe stijl haar intrede heeft gedaan bij de zoutvaatjes. Die zijn versierd met rozetten, hebben een bundelmotief langs de rand en palmbladen. De kandelaars zijn helemaal Lodewijk XVI: Griekse zuilen met op de voet medaillons.

Dit servies werd in serie gemaakt, alleen de borden met tekst zijn  in opdracht gemaakt. Hoe groot het servies oorspronkelijk  was, is niet bekend. Helaas is er tot nu toe geen bestelling gevonden. Dat het  zeer omvangrijk moet zijn geweest, is evident: het  bestaat immers nog altijd uit maar liefst 318 delen. Uit betrouwbare bron weten we dat in de loop der jaren enige stapels borden zijn gesneuveld. Er zijn nu nog 124 borden, 25 soepborden, 33 ovale schotels in zeven verschillende groottes, 10 ronde schotels in diverse formaten, 8 vruchtenmandjes met bijbehorende schotels, 4 fruittestjes met onderschotels, dekschalen, terrines, crèmepotjes, zoutvaatjes, kandelaars en nog veel meer.

Vererving

De boedelinventaris van het echtpaar, die na het overlijden van Van der Kaa is opgesteld, beslaat drie dikke boeken. In de inventaris worden de onderdelen van ‘een blauw tafelservies’ opgesomd, mogelijk dit huwelijksservies. Maar omdat aantallen verschillen en niet alle onderdelen worden genoemd die er nu nog zijn, weten we het niet zeker. Helaas wordt het huwelijksservies ook niet genoemd in het testament van Geertruida Willemszen. Ze liet het niet na aan een van haar kinderen. Mogelijk viel het servies onder de bepaling ‘dat het glaswerk, porselein, linnen en servetgoed in de nalatenschap gevonden, zonder voorafgaande waardering, door de gezamenlijke erfgenamen met onderling goedvinden, in zes gelijke deel en bij loting verdeele.’  We weten gelukkig wél hoe het vererfd is in de familie: via dochter Johanna Antoinetta van der Kaa (1795-1832) die trouwde met François de Roo van Westmaas (1780-1826). Mogelijk kreeg Johanna het servies bij haar trouwen in 1817 en staat het daarom niet in het testament van de moeder. Via de vrouwelijke lijn van de familie De Roo van Westmaas kwam het in de familie van wie het nu gekocht is.

Aan tafel

Dineren ging in de 18de eeuw anders dan tegenwoordig. Alle schalen en schotels met gerechten werden direct op tafel gezet. De gasten moesten zelf opscheppen. Deze diners à la française hadden  voor- en nadelen. Een voordeel was dat de kok zijn kookkunsten beter kon etaleren. De schitterend opgemaakte gerechten verschenen als kunstwerken op tafel. Het grootste nadeel was dat het eten snel koud werd. Bovendien kon je niet bij het lekkers aan de andere kant van de tafel. Mes, vork en lepel lagen in de 18de eeuw rechts naast het bord. Men at namelijk met de vork in de rechterhand. Soep werd natuurlijk met de lepel gegeten. Wanneer er gesneden moest worden, nam men de vork in de linkerhand en het mes in de rechter. Op een 18de-eeuwse tafel stonden vooraf geen glazen. Deze werden vanaf het buffet ingeschonken en uitgeserveerd door bedienden.

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum