Een bekwame tweede meid

Simon van Gijn heeft helaas geen dagboeken, kasboeken of volgeschreven agenda’s nagelaten. Hierdoor is er weinig bekend over het reilen en zeilen van zijn dagelijkse leven. In 1976 werd een voormalig dienstmeisje Adriana van Ardenne (1897-1986) geïnterviewd, waardoor we iets weten over Van Gijns laatste jaren. Maar hoe zat het met de periode daarvoor? Om meer inzicht te krijgen in het personeel, doken we in de bevolkingsregisters en de Dordrechtsche Courant en spelden Simons testament uit. Wie deelden hun leven met Simon?

Werving van personeel

In 1886 is mevrouw Van Gijn-Vriesendorp (1841-1889) op zoek naar een keukenmeid, waarvoor zij een advertentie in de krant plaatst. Op dat moment woont het echtpaar Van Gijn in het ouderlijk huis van Simon aan de Wijnstraat, vanwege een grootscheepse verbouwing van hun eigen huis. De 43-jarige Lena Bouwman (1842-1939) wordt aangenomen. Enkele jaren later gaat weduwnaar Van Gijn – Cornelia overlijdt begin 1889 – zelf op zoek naar ‘eene bekwame Tweede Meid’. In zijn notitieboekje noteert hij de namen van drie sollicitanten: Johanna van Os en Betje Koopman, beide 21 jaar en Marie Tritten van 24 jaar. Geen van hen wordt aangenomen. Misschien is Pleuntje Bongers (1855-1920) of Petronella van der Rest (geb. 1859) toen gekomen. Zij staan in het bevolkingsregister van 1890 als dienstbode op Van Gijns adres ingeschreven. Zeven jaar later komt Allegonda Kuiters als derde dienstbode het team versterken. Hoe de taakverdeling was, weten we niet precies. De keukenmeid was in ieder geval verantwoordelijk voor het koken. Het bedienen en stoffen behoorde tot de taken van het tweede meisje.

 

Dordrechtsche Courant, 22 juni 1886

Rond 1906 – 1907 nemen Pleuntje en Petronella ontslag en plaatst Van Gijn opnieuw een advertentie. De 71-jarige Van Gijn laat zijn nicht, mevrouw Van der Elst-Vriesendorp, een geschikte keukenmeid selecteren. Die vindt zij in Cornelia Nieukerk (geb. 1878). Vlak daarna doet Helena Alida Fijn van Draat (1861-1962) haar intrede. Ze staat ingeschreven als huishoudster én gezelschapsjuffrouw. Zij stuurt het aanwezige personeel aan en is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in het huishouden. Daarnaast houdt ze de oude Simon gezelschap. Haar positie is lastig, want tot het gewone personeel behoort ze nadrukkelijk niet, maar een gelijke van de heer des huizes is ze evenmin. Uit enkele bewaarde brieven van Van Gijn blijkt dat hij erg gesteld was op juffrouw Fijn van Draat.

Met de komst van Marigje Romijn (1873-1962) is het personeelsbestand weer compleet. Naast de huishoudster en de twee dienstmeisjes, is er ook een werkster, Jans (Johanna van Oosterdag, geb. 1865), die dagelijks komt.

Verslechterende gezondheid

Van Gijns personeel blijft lang in dienst, zo’n tien tot zestien jaar. Hij is een begripvolle werkgever en betaalt ze dan ook goed. Maar vanaf 1916 volgen de dienstbodes elkaar sneller op. Anna Uittenbogaard (1874-1949) en Teuntje van der Hengst (1883-1857) blijven nog zo’n vier jaar. De dienstmeisjes daarna slechts een jaar, hooguit twee. Misschien is het te zwaar voor Anna, Roelofje, Adriana, Maria en Johanna om voor de oude en hulpbehoevende man te zorgen? Van Gijn was ziek – wat hij had weten we niet – en sleet de laatste jaren van zijn leven in een rolstoel.

Van Gijn heeft ook een oppasser in dienst, Cornelis Confurius (1845-1931), die niet intern woont. Hij moet een soort knecht zijn geweest die de alleenstaande Van Gijn hielp en klusjes deed die niet overgelaten konden worden aan een huishoudster of hospita. Waarschijnlijk hielp hij Simon van Gijn ook met het aankleden en wassen. Wanneer Confurius in dienst kwam weten we niet, waarschijnlijk enkele jaren voor 1918.

In 1918 maakt Van Gijn zijn testament op, waarin hij zijn huis en verzamelingen aan de Vereniging Oud-Dordrecht legateert. Ook neemt hij zijn personeel in zijn testament op. Juffrouw Fijn van Draat wordt rijkelijk beloond voor haar trouw, met een groot legaat en jaargeld. Een aantal dienstbodes, waaronder ook ‘gewezen’ dienstbodes, zijn oppasser en werkster krijgen een uitkering toegewezen.

Personeelsverdieping

 

De dienstbodes hebben een grote rol gehad in het dagelijkse leven van Simon van Gijn. Aangezien we in Huis Van Gijn het volledige verhaal van de bewoning van het huis willen vertellen, is het van belang ook de dienstruimtes te laten zien. Op de tweede verdieping waren oorspronkelijk twee dienstbodekamers en een opslagkamer, verder werd daar de was verwerkt. Ook had Van Gijn er een plek waar zijn prenten conserveerde. Door grote bouwkundige ingrepen in 1925 is het niet mogelijk om de verdieping te reconstrueren naar de oude situatie. Er zijn destijds kabinetten gemaakt om de museumcollectie te tonen

Wel kunnen we de functies terugbrengen, zoals een dienstbode- of bergkamer. De inrichting daarvan is gebaseerd op boedelinventarissen, tekeningen en foto’s en bestaande historische interieurs. Inmiddels zijn de prentenkamer, mangelkamer, bergkamer en de achterzolder klaar. Medio 2018 worden de dienstbodekamers gerealiseerd, waarmee het leven van de dienstbodes Pleuntje en Roelofje zichtbaar zal worden.

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum