De persoonlijkheid van Juffrouw Fijn van Draat

Juffrouw Fijn van Draat heeft dus écht bestaan. Zij kwam in 1907 bij Simon van Gijn in dienst als huishoudster en gezelschapsdame. Een dame met zo’n naam, dat moet haast wel een persoonlijkheid geweest zijn. Helaas weten we bijna niets van haar. Ook bij de familievereniging zijn er maar weinig verhalen over deze dame.
Gelukkig heeft een heldere geest, de heer Ad Breevaart, rond 1975 een interview afgenomen van een van de dienstmeisje. Zij, mevrouw Van Ardenne, was rond 1920-21 in dienst geweest bij de heer Van Gijn. En ze heeft een heleboel te vertellen, maar is niet altijd even aardig over haar meerdere. Daar zijn enkele redenen voor aan te voeren. De mevrouw wordt geïnterviewd over haar tijd als dienstmeid dat op dat moment al ruim 55 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Niet alle herinneringen zijn meer even helder. Uit het interview lijkt het ook alsof het dienstmeisje bepaald niet op haar mondje was gevallen: wanneer ze vertelt over haar leidinggevende, refereert ze vaak aan ‘Draad’ of ‘die dame’. Dus mogelijk was de verstandhouding tussen het dienstmeisje en de huishoudster niet al te best.
In dienst
Mevr. Van Ardenne kwam als 2e hulp/dienstmeisje in dienst bij Simon van Gijn, toen hij al niet meer kon lopen en in een rolstoel zat. Hij verbleef op de eerste verdieping van het huis. Destijds was er een dame van de huishouding (Juffrouw Fijn van Draat), een 1e en een 2e hulp (mevr. Van Ardenne) en een werkster (Jans) in dienst. De 2e hulp vond het een prettig en rustig huishouden, en het salaris was goed. Van Gijn was een rustig en innemend persoon met veel begrip voor zijn personeel, en dat werd zeer gewaardeerd.
Toen mevrouw Van Ardenne kwam solliciteren voor de functie van 2e hulp werd zij binnengelaten bij de voordeur en kon gelijk mee naar boven, naar de studeerkamer. In de laatste jaren van het leven van Van Gijn bracht hij daar de meeste tijd door, dat het de huiskamer werd genoemd. Daar werd de thee geserveerd en de gasten ontvangen. In de kamer aan de Nieuwe Haven zat Van Gijn én Juffrouw Fijn van Draat de sollicitant op te wachten.
Hoe was ze?
Juffrouw Fijn van Draat was een strenge baas. Als huishoudster gaf zij de leiding aan het personeel en stuurde ze dagelijks aan. Omdat zij uit de verpleging kwam, was het haar taak om Van Gijn op dat gebied te helpen. Simon van Gijn kon bijvoorbeeld zelf niet meer naar de wc en moest daarbij geholpen worden. Fijn van Draat deed verder niets in het huishouden zelf, ze gaf alleen de orders uit en ze was tegelijkertijd gezelschapsdame. Zo had Van Gijn niet alleen iemand had om mee te praten, maar ook iemand om op hem te passen.
Daarnaast was ze ook een tikkeltje zuinig. Zo schijnt meneer Van Gijn bij zijn 2e hulp te hebben nagevraagd hoeveel vlees ze kregen. Ze antwoordde dat dat niet veel was. Zijn commentaar luidde dat ze minstens een half pond per persoon per dag moesten krijgen, waarop ontkennend werd geantwoord. Van Gijn liet Juffrouw Fijn van Draat komen en vertelde haar dat ze zijn orders moest nakomen, wat Juffrouw Fijn van Draat becommentarieerde met dat ze het persoonlijk nogal veel vlees vond. Niet alleen de hoeveelheid vlees was een strijdpunt ook de oorlogspudding kon de goedkeuring van Van Gijn niet wegdragen: “En die oorlogspudding, die gooi je maar allemaal in de Nieuwe Haven, die moet ik niet meer hebben.”
Ook is er twist geweest over margarine en roomboter. Juffrouw Fijn van Draat vond dat de goede vitamines ook in margarine zaten. Maar Van Gijn gaf de voorkeur aan roomboter. En de 2e hulp die een middagmaal van gebakken aardappeltjes en tomaten maakte, wilde die bakken in roomboter: “Hij proeft het hoor. Geef me alsjeblief maar roomboter.” Fijn van Draat kwam overigens niet in de keuken, want koken deed ze niet, ze kon het niet eens, volgens de 2e hulp. Ook schoonmaken deed ze niet, dat was eveneens de taak van de dienstmeisjes of van de werkster.
De 2e hulp zal destijds een jaar of 20-22 geweest zijn, en zij vond Juffvrouw Fijn van Draat maar oud. Zij was toen 60 jaar. In het interview zegt Van Ardenne: “Ik denk dat ze toen een jaar of vijf-, zesenzestig is geweest, ze was oud om te zien hoor, want ze heeft misschien nog wel eens gedacht met meneer te trouwen of zo, maar het leek me nou niks voor hem.” Hoewel de 2e hulp haar wel een échte dame vond, vond ze haar ook streng en niet al te vrolijk (chagrijnig). Toch moet Van Gijn gesteld zijn geweest op Fijn van Draat, want in zijn testament laat hij haar, naast een grote som contact geld en veel goederen, ook een jaarlijkse uitkering tot haar dood na.

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum