De 24 uur: het ontvangst en het ‘aan tafel gaan’

Om 19 uur belden de dinergasten aan bij de voordeur van het huis, alwaar de deur werd geopend door de dienstbode die de jassen aannam en de gasten aankondigden. In de Vriesendorpsalon werd men ontvangen door de heer en mevrouw Van Gijn, conservator Chris de Bruyn en educator Iris Knapen.
Naast het echtpaar Van Gijn waren er mevrouw Ileen Montijn, historica en schrijfster, mevrouw Lizet Kruyff, culinair historica, kok en schrijfster, de heer Bert Vreeken, conservator museum Willet Holthuysen, de heer Tonko Grever, directeur/conservator Museum Van Loon en de heer Peter Schoon, directeur van Huis Van Gijn. Ook ik, juffrouw Fijn van Draat, schoof aan, wegens een ziekmelding van een van de gasten.
Enigszins onwennig stonden we in de Vriesendorp salon, enerzijds omdat zo spannend was omdat we het huis als huis en niet als museum gingen gebruiken, anderzijds vanwege de enorm felle en warme filmlampen die ons zo mooi mogelijk op beeld moesten krijgen. En die jurk, die was zo warm en strak, dat ik me op geen enkele wijze geschikt voelde om op beeld te worden vastgelegd.

Nadat de heer Van Gijn de tafelheren en -dames aan elkaar hadden voorgesteld, en de knecht Robin Lassche, in het normale leven archiefinspecteur, de deuren naar de eetkamer had opengeschoven en gemelde: “Mevrouw, er is gediend.”, kon het gezelschap de eetkamer betreden. Natuurlijk volgens de regels der wellevendheid.
De gastheer met de belangrijkste vrouwelijke gast als eerste, en als laatst de gastvrouw en de belangrijkste mannelijke gast.
Omdat alles goed op camera vastgelegd moest worden, zijn we wel drie keer de kamer binnengekomen. Niet echt natuurlijk, maar wel interessant omdat je dan de problemen van het binnentreden goed kan analyseren. De tafelschikking, de koppeling tussen tafelheren en -dames en de volgorde van binnentreden zijn belangrijk voor het soepel laten verlopen om aan tafel te kunnen gaan zitten. Nu was de tafelschikking zo dat de gastvrouw het verst van de salon zat, en achter de andere gasten door haar tafelheer naar haar plaats moest worden begeleid. Niet handig, omdat de eetkamer niet heel erg ruim is en de gasten nog achter hun stoelen staan, is het wat lastig om je er om heen te manoeuvreren.
De knecht had gemeld: “mevrouw er is gediend.” Maar er was nog niet gediend! Ja, de tafel was mooi gedekt, de kaarsen aan, alles was gereed, maar de knecht was er niet. Gelukkig had de vrouw des huizes de tafelbel waarmee ze om de knecht kon schellen. De soepterrine werd binnengebracht en op het buffet gezet, vanaf daar werd de soep uitgeserveerd.
Goede vraag: Als de knecht meldt “Madame est servie” of “Mevoruw er is gediend”, moet de soep dan al opgeschept zijn? Gelukkig was dat nu niet gebeurd, omdat we drie keer opnieuw de eetzaal binnen moesten treden, dan zou de soep al ernstig zijn afgekoeld!

Ontdek Huis Van Gijn

Sluit het Verborgen Museum